De onlogica van de niet-eetbare tuin

De tuinen, waarvoor ik me het meest dankbaar voel dat ik ze mag ontwerpen, zijn tuinen die op welke manier en in welke mate ook voedsel produceren.

Dat komt, omdat ik voedselproducerende tuinen als deeltje van de oplossing voor het probleem zie. Het probleem waartoe ik me aangetrokken voel om het mee op te lossen, is dat van de wereldvoedselvoorziening.

Dat we ons op dat vlak in een ecologisch rampscenario bevinden, kan weinigen ontgaan zijn: bossen worden in een ijl tempo gekapt, bodems worden niet op waarde geschat en gif wordt lustig in het rond gespoten.

Biologische landbouw handelt anders, zachter. Toch wordt zij regelmatig aangevallen: doordat zij meer ruimte vereist, zal ze de groeiende wereldbevolking niet kunnen voeden en zullen kunstmest en ontbossing noodzakelijk blijven.

Verder dan dit komt een debat meestal niet. Er is pro of contra biologische landbouw, punt. In het beste geval oppert iemand het idee om de verhouding voedselproductie – voedselverspilling in kaart te brengen of wordt ervoor geijverd om vruchtbare gronden niet langer op te eisen voor de productie van veevoer of bio-diesel of wordt voorgesteld om aan ‘stadslandbouw’ te gaan doen. Je weet wel: tegen muren en op daken in de stad. Om op die wijze alvast extra productieruimte te creëren.

Nooit, nooit worden jij en ik, burgers, te hulp geroepen. Nooit, nooit wordt ons gevraagd: wat doe jij met jouw productieruimte? Onze vensterbanken, terrassen, koertjes en tuinen zijn immers dat: productieruimte.

Maar benutten wij ze daar voor? Nee. Wij kiezen voor (vaak nog zo onnatuurlijk mogelijke) privé-natuur. Tegen dat onnatuurlijke wordt nu gelukkig sterk van leer getrokken, iedereen is er inmiddels van op de hoogte dat gazon geen bijdrage levert aan onze bio-diversiteit. Dus… daaraan zal ik geen woorden meer verspillen.

Wel aan dat andere: Vinden wij het verantwoord dat we ter onzer ontspanning privé-natuur gebruiken, terwijl meer en meer wilde natuur plaats zal moeten maken om de wereldbevolking biologisch te voeden?

En nee, als jij je tuin ecologisch aanlegt, compenseert dat niet voor de elders verdwijnende natuur. De versnipperde tuintjes in Vlaanderen wegen eenvoudigweg niet op tegen een stuk aaneengesloten bos. We dienen zoveel mogelijk aaneengesloten stukken opnieuw vrij te geven aan de natuur.

Dus… in plaats van naar de winkel te rijden voor boodschappen om vervolgens te ontspannen in je privé-tuin: oogst in je tuin, bereid je maaltijd en ontspan in het plaatselijke bos of… in je tuin. Want als ik spreek over een eetbare tuin, heb ik niet per se een saaie moestuin en hard labeur voor ogen. In je tuin kun je sierlijk, gracieus uitziend voedsel telen. Wat dacht je van een kaki, een paw-paw, pruimen, peren, meerjarige broccoli en boerenkool, daslook, bosaardbeitjes, eetbare lelies en heerlijk geurende kruiden, die door hun meerjarige aard bovendien bijdragen aan de opbouw van de bodem? Zie dit voor je in een teeltschema waarin lagen horizontaal, verticaal en in de tijd op elkaar afgestemd zijn en je zult begrijpen dat sierlijk een understatement is. 

Mijn oproep? Heb jij een stukje grond waar je zorg voor mag dragen, wees dan deel van de oplossing, niet van het probleem: integreer voedselgewassen in je tuin. Opdat de aarde straks zoveel mogelijk aaneengesloten stukken natuur terug in beheer zal kunnen krijgen.

Wens je meer inspiratie?

Schrijf je gratis in op mijn nieuwsbrief voor meer tips & tricks.

Recente blogs